
De jeneverbes
De jeneverbes is een wonderlijke struik. Dat blijkt uit zijn lange geschiedenis, in zowel ecologisch als folkloristisch opzicht. Niet voor niets zijn in Europa meer dan driehonderd streeknamen van de struik bekend. Voorbeelden van streeknamen zijn Palms, Waggelboom of Waggelbos in Drenthe, Oldemennekesboom in Oost-Nederland, Wacholder in Duitsland. Het karakter van de jeneverbes is mythisch en mysterieus. De vormen lopen sterk uiteen; van een slanke zuil van zes meter hoog tot een wijdvertakte struik van minder dan drie meter hoog. De jeneverbes heeft een grote behoefte aan licht en kan niet gedijen in de schaduw van andere bomen. Jeneverbessen zijn of mannelijk of vrouwelijk en alleen aan de vrouwelijke struiken komen bessen voor. Struwelen van jeneverbes vormen een uniek leefgebied voor planten en dieren die zeldzaam worden, zoals bijzondere mossen en paddenstoelen. Staartmeesjes en goudvinken broeden bij voorkeur in dichte jeneverbessen.
Locaties
De jeneverbes komt voor op het noordelijk halfrond in koude en gematigde gebieden. In Nederland komt de jeneverbes voornamelijk nog voor in Drenthe, Overijssel en Gelderland. Op voormalige stuifzanden of rivierduinen groeien ze goed.

