Je krijgt niet vaak de kans om rond te kijken op het militaire oefenterrein Artillerie Schietkamp

’t Harde op de Veluwe. Vier bestuursleden van het Jeneverbesgilde deden dat samen met oud-bestuurder Jan Mager wel. Ze letten natuurlijk vooral op de jeneverbessen, maar er was meer te zien.
Militair oefenterrein (ASK) ’t Harde ligt midden op de Veluwe en is onderdeel van een beschermd Natura 2000-gebied. Pieter Posthumus: ‘Het heeft een oppervlak van ongeveer 5.500 hectare
en je hebt er een geweldig uitzicht, in de verte zie je Zwolle liggen.’ Op het terrein staan grote jeneverbesstruwelen en die waren het hoofddoel van het bezoek. Pieter: ‘We werden ontvangen door opzichter Brand Timmer (Pieter: klopt die naam?) die vertelde over het beheer van het gebied en de struwelen. Allereerst is het een militair oefenterrein, daarnaast is het een Natura 2000 gebied: dat vormt dan ook de prioritering in het beheer.
Er vindt continu afstemming plaats tussen deze functies. Voor de heidegebieden, waar jeneverbesstruwelen alom aanwezig zijn hanteren ze een cyclus van 8 jaren. Ze pakken daar steeds oppervlakten van 200 tot 300 vierkante meter aan en ze ringen er de vliegdennen, zodat die langzaam afsterven. Op die manier krijgen de jeneverbessen meer licht en ontneem je de vogels die er leven niet meteen hun hele territorium.. Het is de moeite waard om te bekijken of we wat kunnen leren van die aanpak.’ Ook op kleinere terreinen hanteren ze een vergelijkbare aanpak, maar dan met kleinere oppervlakken.
Op het oefenterrein brak kortgeleden een forse brand uit. Pieter: ‘De geur was nog te ruiken en er zijn jeneverbessen verbrand. Wat de gevolgen op de langere termijn voor de struwelen zullen zijn weten we nog niet, maar wordt door de beheerders nauwlettend gevolgd.
Het viel ook op dat de vogels op het oefenterrein niet schuw zijn, waarschijnlijk omdat er geen sprake is van recreatiedruk. Pieter: ‘We zagen meerdere paartjes grauwe klauwieren, hoorden goudvinken, zagen een tapuit, een visarend en de nachtzwaluw, die je in andere gebieden niet of nauwelijks te zien krijgt. Er zitten ook wolven, vossen, reeën en edelherten.’ Kortom: een zeer rijk natuurgebied.
Het bezoek aan ’t Harde was nuttig, leerzaam en plezierig zegt Pieter: ‘Volgend jaar hopen we dat we een excursie op ‘t Harde kunnen organiseren met de Drentse TBO’s, de terrein beherende organisaties. Als het lukt kunnen die daar inspiratie opdoen voor het beheer van de jeneverbessen op hun terreinen.’
