Veel vogels profiteren van jeneverstruwelen.
Jeneverbessen zijn op zich natuurlijk al de moeite waard om te beschermen, maar ook andere soorten profiteren van het werk van het Jeneverbesgilde. Jan Grotenhuis onderzocht wat de struwelen voor vogels betekenen. Jan, voormalig voorzitter van het Jeneverbesgilde, legt een artikel op tafel dat hij 1984 schreef voor het blad Natura. Daarin staan staartmees, goudvink, heggenmus en groenling vermeldt als regelmatige tot zeer regelmatige
broedvogels van de struwelen. Ook de fitis, de steeds zeldzamere zomertortel en in de winter het goudhaantje strijken er graag neer.
Lijsters als koperwieken, kramsvogels (in het Duits Wacholderdrossel) en merels komen af op de bessen als ander voedsel in de winter schaars wordt.
Vogels profiteren graag van de dekking die de jeneverbes vooral in de struwelen biedt en van de veiligheid die de prikkende naalden bieden tegen predatoren. Op hun beurt zorgen vogels voor het verspreiden van de zaden van de jeneverbes. En dat jeneverbesnaalden prikken ondervond Jan ok zelf aan den lijve toen hij onderzoek deed naar nesten in de struwelen: ‘Ik zat er al snel onder en moest stoppen.’
Sinds 1984 is er weinig veranderd, zegt Jan: ‘Dat wil zeggen wat de soorten betreft. De aantallen zijn zoals overal in de natuur wel achteruitgegaan. Drastisch achteruitgegaan zelfs. De struwelen blijven in ieder geval van belang voor veel vogelsoorten.’
En niet alleen voor vogels. Konijnen profiteren bijvoorbeeld van de dekking en de veiligheid die de struwelen bieden en je treft er reghelmatig dassenburchten aan. Jan wijst ook op het werk van Jan Barkman, die directeur was van het Biologisch Station in Wijster en onder andere gegevens verzamelde over paddenstoelen in jeneverbesstruwelen. Wie daar meer over wil weten kan terecht in het Drents Archief.




